

De Liturgie van de Geest omvat het brengen van dank aan God voor de schepping en Zijn verlossingswerk, en de communie.
Die dankzegging geschied als een‘woordoffer’, een hymnische dankzegging: ‘Eucharistie’ betekent: ‘dankzegging’. In die Eucharistie vind daar op een verborgen wijze een ontmoeting tussen het Kruisoffer van Golgotha en de dankende woordoffer van die gemeente plaats. En op deze wijze neemt die in de Kommunie deel aan die verzoening en het nieuwe leven hetgeen Christus door Zijn Opstanding aan de wereld gegeven heeft.
Het woord Eucharistie wordt dan ook dikwijls als gelijkstaande aan het woord Liturgie gebruikt.
Om het precies te zeggen: met Liturgie wordt de hele Communiedienst bedoelt; en daartoe behoort een bepaalde schema, bepaalde teksten en handelingen. In dit geval gebruik men het woord Eucharistie voor dat deel van die Liturgie wat de Eucharistiese gebeden omvat: de Eucharistische Canon. Maar het woord Eucharistie wordt ook vaak gebruikt om na het geestelijke, verborgen wezen van de Liturgie te verwijzen.
Het wezen van de Orthodoxe Kerk kan in drie woorden van Griekse oorsprong samengevat worden:
Ecclesia, Liturgie, Eucharistie.
Ecclesia wijst daarop dat de kerk de plek is waar het volk van God steeds opnieuw bijeengeroepen wordt.
Liturgie, is het doel waarom die volk van God bijeengeroepen worden: een openbare handeling, een Dienst.
Eucharistie geeft dan de inhoud van de Dienst weer: hete volk van God komt in de kerk bijeen voor die gezamenlijke dankzegging, het gemeenschappelijke dankoffer.
De Kerk heeft dus wel haar eigen historische basis, haar vorm en haar orde, maar in haar wezenlijkheid is een gevestigd gebouw op een bepaalde plek, maar één altijd in beweging zijnde gemeenschap.
Elke keer als het volk van God bijeenkomt om de Eucharistie gezamenlijk te voltrekken, wordt de gemeenschap Kerk. En dan wordt elke gelovige wat hij of Zijn op grond van de Doop is: lid van de Kerk, ledemaat van het Lichaam van Christus. ”Maar gij zijt het Lichaam van Christus en ledenmaten afzonderlijk” (1 Kor. 12:27).
Geen van de drie onderdelen: Ecclesia, Liturgie, en Eucharistie, zijn van elkaar te scheiden, maar vormen een eenheid.
De waarborg voor die echtheid daarvan wordt door die apostolische successie gegeven. Daarom bepaalt dit ook de Eucharistische bevoegdheid. Een rechtstreekse opvolger van de Apostelen, de martelaar-bischop Ignatius, schrijf al aan de Christenen van Smirna: ”Een Avondmaalviering kan slechs geldig zijn wanneer deze plaatsvindt onder leiding van een bischop of een door hem gevolmachtigde persoon.”
Maar even noodzakelijk als de leiding door een bisschop (of door hem gevolmachtigde), is de bewuste deelname van de gemeente, het volk van God, aan de Liturgie, wat inderdaad juist gezamenlijk voltrokken moet worden. Daar draagt de priester, die zelf ook deel het volk van God is, als voorganger, de gezamenenlijke gebeden van het volk aan God op; en het volk bevestigt dit op Zijn beurt met Zijn ”Amen”.
De meest gebruikelijke Communiedienst van de Orthodoxe Kerk is de Liturgie van Johannes Chrisostomos (jaar 407).
Daarnaast bestaat de Liturgie van Basilius de Grote (jaar 379), welke tien maal per jaar gevierd wordt. Deze is in structuur diezelfde, maar in bepaalde onderdelen worden ander gebeden gebruikt
In deze beschrijwing zal de Chrisostomosliturgie toegelicht worden. Daarbij worden daarin, naast de oorspronkelijke tweedeling in Liturgie van Katechisanten en Liturgie van de Geest, ter wille van grotere duidelijkheid, in zeven onderdelen verdeeld: