

Recensie Noordhollands Dagblad 8 januari 2007
Nieuwjaarsconcert door het Hoorns Byzantijns Mannenkoor
onder leiding van Grigori S. Sarolea.
Dit concert was zondag 7 januari in de Oosterkerk te Hoorn.
De belangstelling voor het concert was goed.
Het eerste deel van het programma stond helemaal in het teken van de Slavische-Byzantijnse kerkmuziek, na de pauze werd wereldlijke muziek uit het Russische rijk ten gehore gebracht.
Nadat de lofzangen op de Russische kerk, de Moeder Maagd en het Russische Onze Vader hadden geklonken, was duidelijk, dat dit koor niet alleen de kunst van het zingen beheerst, maar ook de kunst van het zingen van deze kerkmuziek.
De vreemde taal, de uitvoeringsregels en vooral de klankkleur werden vanaf de eerste maten helemaal in acht genomen.
Binnen de rijen van het koor was geconcentreerde liefde voor de muziek duidelijk voelbaar. De handelingen van de dirigent waren zeer aandachtig, actief waar nodig en bescheiden waar dat wenselijk was. Volgens de Juliaanse kalender die in de Russisch-orthodoxe kerk wordt gehanteerd, wordt dit weekend Kerstmis, het feest van Christus' geboorte gevierd.
De muziek van de Hoornse mannen volgde dit kerkelijke hoogtepunt op de voet met een paar beeldschoon uitgevoerde kerstliederen. Het koor zingt niet alleen uiterst geconcentreerd, het weet ook de indruk te wekken, dat de zang als het ware vanzelf gaat.
Zoals in de mooie, lang aangehouden akkoorden, die oneindig vaak herhaald schenen te worden. De koorleden durven te zingen, zowel in hun eigen stemmengroepen als in de diverse, zonder uitzondering roerend gezongen soli.
Dankzij de onverstoorbaarheid van de dirigent werd het religieuze programma aaneen uitgevoerd, zodat een rustige, tijdsloze wijdingssfeer kon groeien. Tijdens het tweede deel van de middag klonken volksliederen uit Rusland, met de ook hier geliefde thema's: Moedertje Wolga,de moed van de Kozakken en roverhoofdmannen.
De thematiek was bekend, de sfeer was iets losser. Dat uitte zich in informele kleding, de aankondigingen en de woordkeuze van de dirigent en de ongedwongen bewegingen van de solisten. De dynamische beweging was uitstekend en droeg door zijn weloverwogen toepassing in het eerste deel van de middag bijzonder bij aan de godsdienstige beleving, en was na de pauze van groot belang om stemmingen de juiste lading mee te geven.
Oog voor detail, een prima afwerking en een grote toewijding maakten dit concert tot een grandioos succes.
REGINA ARBOUW
terug