

Hoorn.
Nieuwjaarsconcert door het Hoorns Byzantijns Mannenkoor onder leiding van Grigori S. Sarolea, zondagmiddag in de Lutherse kerk te Hoorn. De publieke belangstelling ervoor was overweldigend groot.
Het programma was tweeledig, voor de pauze zong het koor uitsluitend religieus werk, in het tweede deel van de middag werden Russische volksliederen ten gehore gebracht.
De verering van de Moeder Gods heeft in de Byzantijnse kerk veel mooie muziek opgeleverd, het Hoorns Byzantijns Mannenkoor select teerde een aantal van deze lofzangen. Van elk van deze hymnes werd een aantal verschillende uitvoeringen gezongen, zodat de talrijke toehoorders konden kennismaken met heel traditionele, maar ook heel romantische toonzettingen. Bovendien was er ook ruimte voor een enkele, zeer eigentijdse bewerking door de dirigent.
De vocale introductie, de traditionele gelukwensen voor het nieuwe jaar verliepen geroutineerd en soepel, een groot contrast daarmee vormde de intentie waarmee de aanroeping van Maria werd uitgevoerd. Vier interpretaties van het Russiche 'Ave Maria' klonken als eerste, alle werden goed gezongen, waarbij de 'Greceskij' zangwijze heel roerende momenten opleverde.
In het 'Dostojno jest', een volgende aanprijzing van Maria, waren ook een aantal muzikale versies gekozen, waarbij de klankkleur van het koor heel mooi paste bij de romantische, bij vlagen krachtige opvatting van Dimitri Bortniansky. Het koor kende gistermiddag een goede muzikale balans, waar dit evenwicht verstoord dreigde te raken, greep de dirigent in, om met een aanpassing van volume de klankkleur te vervolmaken.
Het resultaat hiervan was mooie kerkmuziek, waarin al deze menselijke stemmen tot één groot instrument waren verbonden. Wel mooi, maar slechts op enkele momenten echt roerend of beschouwend. In het 'Welicajem Ta' was er zo'n moment van grote schoonheid, waarin de eerste tenoren een paar maal heel erg ontroerend uitvoerden.Meteen gevolgd door een klanken explosie van met name de baritons. Door de kwalitei deze eerste tenoren en van de heren aan de andere zijde het muzikale spectrum, de bassen, heeft het koor vele gelijkheden tot nuancering eigenlijk te weinig gehoord werd.
De rauwe klank van dorpsplein, de pastorale in de natuur en de gelikte weergave van het liefdeslied waren in het tweede deel wel aanwezig zonder afbreuk te doen aan kwaliteit van de zang.
Het leek erop dat de organitie werd verrast door de toestroom van toehoorders, op een gegeven moment was de kerk vol en werd de deur voor de resterende belangstellenden gesloten. In de kerk had een aanzienlijk deel van de mensen een plaats, vanwaar de verrichtingen op het podium niet goed gevolgd konden worden.
Het lijkt erop dat het Hoorn Byzantijns Mannenkoor door deze enthousiaste toeloop binnenkort zal moeten uitzien naar een (kerk)zaal met wat meer zitplaatsen en ruimere faciliteiten.
Regina Arbouw.
terug