

Wjeruju, wo jedinago Boga Ottsa fsjedjerzjitjelja,
Twortsa njebu i zjemli,
njewidimym I wo jedinago Gospoda
Iisusa Christa, Syna Bozjjieja
Jedinorodnago, izjje ot Ottsa
rozjdjennago prjezjdje fsjech wjek.
Swjeta ot Swjeta, Boga istinna ot Boga istinna,
Rozjdjenna, njesotworjenna,
jedinosutsjna Otsu, imzjje fsja bytsa.
Nas radi tsjego radi spasenieja tsedtshago snjebjes
I woplotiwtsagosa ot Ducha Swjata
ie Marieje Djewy ie wo tsjelowjettsjtsasja
Ras pjatago zje za ny pri Pontjstjem Pilatje,
i stradawtsa, i pogrebjenna.
I woskrestsago ftrjetiej djenj, po pisaniejem
I wostsjedtsago na njebjesa, i sedjasa odjesnuju Ottsa.
I paki grjadutsago so slawoju suditi zjjiwym i mjertwym.
Jegozje carstwieju nje budjet konca.
I fducha Swjatago Gospoda, zjjiwotworjatsago,
Izjje so Otca ischodjatscago
Izje so Otcem i Synom spoklonjajema i slawima,
glagolawtsago prorokie.
Wo jedinu, swjatuju, sobornuju i aposroljskyju Cerkow,
Is powjeduju jedino krjetsjenieje wo ostavljenieje
grechov Caju woskresjenieje mjertwych.
I zjizni budutscago wjeka,
Aminj
"Ik geloof in een God ....."Geloofsbelijdenis
Deze geloofsbelijdenis van Nicaea/Konstantinopel is in de zesde eeuw in de orde van de Liturgie opgenomen uit de Doopdienst, die de natuurlike plek daarvoor is.
Deze wordt dit door de gehele Gemeente gezongen:
"Ik geloof in God, de almachtige Vader,
De Schepper van de hemel en de aarde,
En van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer, Jesus Christus,
De eniggeboren Zoon van God,
Geboren uit de Vader voor alle tijden.
Licht uit Licht,
Waarachtige God uit waarachtige God;
Verwekt, geenzins gemaakt;
Eén in wezen met de Vader,
Door Wie alle dingen ontstaan zijn.
Wat ter wille van ons, mensen,
En ter wille van onze zaligheid
Neergedaald is uit de hemel,
Vlees geworden is door de Heilige Geest
en de Maagd Maria, en mens geworden is.
Die voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus,
En geleden heeft en begraven is;
En op de derde dag weer opgestaan is,
volgens de geschriften.
Die ten hemel gevaren is,
En die zit aan die rechterhand van de Vader.
Wat weer zal komen in heerlijkheid
Om te oordeel de leenden en de doden.
Wiens Koninkrijk geen einde zal nemen.
En in de Heilige Geest , de Heer en Levendmaker,
Die van de Vader uitgaat;
Die met de Vader en de Zoon aanbeden
en verheerlijkt wordt;
de gesproken heeft door de profeten.
En in een Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk.
Ik belijdt een doop tot de vergeving van zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden
En de levenden
Van de toekomstige eeuwigheid.
Amen."