

Chwalim blagoslowim poklan'ajems'a
Gospod'ewi pojuke i peewoznosife wo fs'a w'eki.
V p'esci otrocy izratrewy,
•jakoze v gornile dobrotoju blagocestwija
cist'eje zlata bl'escachus'a,
glagorusce:blagoslowit'e fs'a d'ela Gospon'a Gospoda,
pojt'e i prewoznosife wo fs'a w'eki.
Wij loven, zegenen en aanbidden U, Heer,
U zingend en prijzend in alle eeuwen.
In de vuuroven glansden de jongelingen Israels,
als in een smeltkroes, door de schoonheid hunner vroomheid,
zuiverder dan goud; terwijl zij riepen:
looft Hem, alle werken des Heren,
zingt voor de Heer (refrein):
en prijst Hem in alle eeuwigheid.