

Wij zijn nu gekomen bij het hart van de Liturgie; bij de Eucharistie.
Dit woord beteken ’dankoffer’; al de gebeden en handelingen die hierbij horen, worden ’anafora’ genoemd, van het Griekse woord voor ’offer’.
De gebeden van de Anafora zijn teksten die wij terugvinden in het Nieuwe Testament, want de Eucharistie werd al gevierd voordat de boeken van het Nieuwe Testament geschreven waren. In die Eucharistie vinden wij, in de vorm van een dankgebed, de leer van die vroege Kerk over schepping, zondeval en verlossing; en eveneens over de eenheid van de hemelse en de aardse Gemeente.
De Anafora is ontstaan tijdens de paasmaaltijd die Jezus met Zijn discipelen hield.
Die avond voor Zijn lijden heeft Hij brood genomen, gedankt, dit gebroken en aan Zijn discipelen gegeven terwijl Hij sprak:
"Dit is Mijn Lichaam die voor jullie gegeven wordt”. En bij de beker zei Hij: "In deze beker is het Nieuwe Testament is mijn bloed die voor jullie uitgestort wordt" (Luk.22:19-20; 1Kor.11:23-25). Zo gaf Christus het voorbeeld van het Avondmaal en beval Hij: ”Doet dit tot Mijn gedachtenis”. >
(*19)
In overeenstemming met het eerste Avondmaal, spreken wij van ‘het Avondmaal van de Heer
’. In de tijd van de Apostelen wordt dit genoemd ‘Het breken van het brood’.
Na de uitstorting van de Heilige Geest, beginnen de leden van de vroege Gemeenten het Avondmaal te vieren, zoals het de Heer hen bevolen heeft. Van het bezoek van de apostel Paulus aan Troas wordt verteld: ”En op de eerste dag van de week, toen de discipelen vergaderden om het brood te breken, ..."(Hand.20:7).
Die woorden die de Heer bij de instelling van het Avondmaal uitgesproken heeft, was van het begin af een onlosmakelijk deel van de Anafora, zoals ook het dankgebed, het breken van het brood, en het zegenen van de kelk (1Kor.10:16).
Al heel vroeg wordt die Anafora als dankoffer, als ‘eucharistie’ beschouwen. Reeds om en nabij het jaar 100 spoort de martelaar-bisschop, Ignatius die Godsdrager, de Efesiërs aan: "Span jullie in zoveel mogenlijk bijeen te komen om de Goddelijke Eucharistie te vieren en God te loven".
De Anafora was door de eeuwen heen de kern van de Liturgie. De andere delen van de Liturgie is er als het ware omheen gegroeid.
"Laten wij eerbiedig staan! Laat ons met vrees staan! Laat ons aandacht geven, zodat wij het Heilige Offer in vrede kan opdragen”.
Met deze woorden die de diaken uitspreekt terwijl hij buiten het altaar staat, spoort hij allen aan om hzich voor te bereiden op de voltrekking van di Heilige Offer: om die Heilige Gaven, brood en
wijn, met het woordoffer aan God op te dragen.
"Genade van Vrede, een Offer van lofprijzing".
Zo antwoord de Gemeente die gereed is om aan God het Dankoffer op te dragen als een offer van vrede en genade.
"Die genade van onze Heer Jesus Christus, die liefde van God de Vader; en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen."
Met dezee apostolische groet vraagt de priester de gelovigen om hulp bij drie bronnen van kracht (2Kor.13:14): de genade van de Heer Jezus, de liefde van God de Vader, en die gemeenschap van de Heilige Geest .
"En met u geest".
Ook die priester heeft dezelfde kracht nodig voor de voltrekking van het Heilige Offer. Dan roept hij die gelovigen op:
Lees hier verder over het Dankoffer